Regionaal investeringsfonds MBO

Het beroepsonderwijs moet beter op de arbeidsmarkt aansluiten. Het Regionaal Investeringsfonds MBO stimuleert de samenwerking tussen scholen, de publieke sector en het bedrijfsleven. Deze subsidie kent twee richtingen, namelijk subsidie voor duurzame publiek-private samenwerking en subsidie voor doelmatiger organiseren van het opleidingen aanbod.

Doel van de regeling

Het beschikbaar stellen van subsidie aan samenwerkingsverbanden die bestaan uit publieke en private partijen die ten doel hebben de aansluiting van het beroepsonderwijs op de behoefte van de arbeidsmarkt te verbeteren.

Door wie kan de subsidie worden aangevraagd?

De subsidie wordt door de MBO onderwijsinstelling ten behoeve van de activiteiten van het samenwerkingsverband aangevraagd. In een samenwerkingsverband werken ten minste één onderwijsinstelling en ten minste één arbeidsorganisatie samen. Het samenwerkingsverband kan verder bestaan uit:

  • MBO-onderwijsinstellingen
  • Arbeidsorganisaties
  • Het bedrijfsleven
  • O&O fonds(en)
  • Regionale overheden
  • Scholen voor PRO/VSO, VMBO, HBO
  • Overige partijen die bijdragen aan verbetering afstemming beroepsonderwijs en arbeidsmarkt

Aanvraagcriteria Publiek-Private samenwerking

De aanvraag moet aan onderstaande criteria voldoen:

  • De publiek-private samenwerking dient de aansluiting van onderwijs op de arbeidsmarkt te verbeteren. Het voorstel dient aan te tonen wat het verwachte kwalitatieve en kwantitatieve effect is van de samenwerking op de (toekomstige) regionale arbeidsmarkt
  • Het samenwerkingsverband dient te bestaan uit minimaal één onderwijsinstelling en één arbeidsorganisatie
  • Een goede aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt vereist afstemming met het onderwijsaanbod van andere mbo-instellingen, vmbo-scholen en instellingen voor hoger onderwijs
  • De publieke-private samenwerking dient een duurzaam karakter te hebben en na de subsidieperiode dus voortgezet te worden
  • Het voorstel betreft één of meer bekostigde mbo opleidingen
  • Er wordt geen subsidie verstrekt indien het activiteiten betreft die al worden gefinancierd vanuit de reguliere bekostiging.
  • Er kan alleen subsidie worden aangevraagd voor aantoonbaar nieuwe activiteiten.

Aanvraagcriteria doelmatiger organiseren opleidingsaanbod

De aanvraag moet aan onderstaande criteria voldoen:

  • Er zijn minimaal 2 MBO onderwijsinstellingen bij betrokken, waarvan ten minste één onderwijsinstelling partij is van het samenwerkingsverband
  • De aanvraag heeft betrekking op dezelfde kwalificaties en beroepsopleidingen als genoemd in de aanvraag publiek-private samenwerking
  • De subsidie bedraagt maximaal één derde van de meerjarenbegroting
  • De cofinanciering wordt ingebracht door de onderwijsinstellingen en bedraagt minimaal twee derde van de meerjarenbegroting (in geld of in geld waardeerbaar).

Onderdelen van de aanvraag

De subsidieaanvraag bestaat uit de volgende onderdelen:

  1. Een regionaal visiedocument
    Hierin wordt opgenomen de visie van de partijen in het samenwerkingsverband op de arbeidsmarkt en de aansluiting van het aanbod van beroepsopleidingen daarop (in de desbetreffende regio). Er moet blijken op welke wijze de taakverdeling is vormgegeven tussen de onderwijsinstellingen betreffende het aanbod en de toegankelijkheid van beroepsopleidingen binnen de regio en wat de relevantie is voor de arbeidsmarkt.
  2. Een plan van aanpak
    Beschrijving op welke wijze de aanvraag samenhangt met de publiek-private samenwerking en waarin wordt beschreven aan de hand van een activiteitenplanning en een taakverdeling hoe het opleidingsaanbod doelmatiger wordt georganiseerd.
  3. Een meerjarenbegroting
    Hieruit blijkt op welke wijze de gevraagde subsidie en de cofinanciering wordt besteed.
  4. Een samenwerkingsovereenkomst
    Vastlegging van de samenwerking door de onderwijsinstellingen middels een door alle partijen van de samenwerking ondertekende overeenkomst, waarin in ieder geval de financiële afspraken tussen onderwijsinstellingen zijn geregeld.

Beschikbaar budget en subsidiabele kosten

In de gehele periode (2014-2017) is er €100 miljoen beschikbaar. Het subsidiebedrag per aanvraag bedraagt minimaal €200.000 en maximaal €2.000.000. De subsidie wordt verstrekt voor een periode van 4 jaar. De projectkosten moeten betrekking hebben op de projectperiode en mogen niet voor of na de projectperiode vallen.

  • Loonkosten projectmedewerkers
  • Materiaalkosten (verbruiksmaterialen en speciaal ontwikkeld lesmateriaal)
  • Kosten voor machines en apparatuur, faciliteren oefenruimtes
  • Kosten derden (inhuur externe projectleider)
  • Kosten vernieuwen curriculum

De cofinanciering van de onderwijsinstelling is uitsluitend in geld en bedraagt ten hoogste één derde deel van de meerjarenbegroting. De cofinanciering van de arbeidsorganisatie, het georganiseerd bedrijfsleven en O&O fondsen bedraagt ten minste één derde en ten hoogste twee derde deel van de meerjarenbegroting en is in geld of geld waardeerbaar. De cofinanciering van de overige (publieke) partijen in het samenwerkingsverband bedraagt ten hoogste één derde deel van de meerjarenbegroting en is in geld of geld waardeerbaar.

Uitvoering en controle

De Dienst Uitvoering Onderwijs voert de regeling uit en controleert of de aanvrager aan alle eisen voldoet.

Regelgeving

De actuele regelgeving vindt u hier.